VacciCheck titertest

De laatste jaren wordt er een hoop geschreven en gesproken over vaccinaties, over de zin en onzin ervan, maar ook over mogelijke bijwerkingen en gevolgen, zowel bij dieren als bij mensen.
Vaccineren is echter het enige echt effectieve wapen als het gaat om het voorkomen van de  infectieziektes waartegen we vaccineren. Zouden we stoppen met vaccineren, dan zullen zonder twijfel infectieziektes zorgen voor grote uitbraken en vele dieren (en mensen) ziek worden en mogelijk zelfs overlijden. Helemaal niet vaccineren is dus geen optie.

Er wordt wel eens gesuggereerd dat dierenartsen maar lukraak elk jaar tegen alles vaccineren,  zonder dat het noodzakelijk is. Dit gegeven is echter niet waar. Ons vaccinatiebeleid wordt altijd nauwgezet afgestemd op de laatste ontwikkelingen, onderzoeken en adviezen van de universiteit Utrecht en de farmaceutische bedrijven. Elk jaar iedere hond de 'grote cocktail' vaccineren wordt echt al heel lang niet meer gedaan. Het meest gebruikte vaccinatieschema (van de vaccins die wij gebruiken) adviseert de 'grote cocktail' bij de hond om de drie jaar en bij de kat om de twee jaar. Maar hoe vaak of minder vaak een dier wordt gevaccineerd, wordt ook afgestemd op het individu, vaccineren is namelijk maatwerk. Sommige rassen hebben een hogere gevoeligheid voor een bepaalde ziekte, en/of een slechtere respons op een ziekte, of een dier loopt een verhoogd risico door bepaalde levenswijze (bijv. jachthond, zwemmen, contact met (wilde) knaagdieren etc).

Soms wordt ons wel gevraagd waarom er bij dieren jaarlijks gevaccineerd wordt en wij mensen als kind enkele malen worden gevaccineerd en daarna nooit meer. Hoelang een vaccin werkzaam is, verschilt echter per ziekteverwekker en per vaccin. De vergelijking met (infectieziektes bij) mensen gaat dus niet geheel op.
Daarnaast kunnen we ook het belang van de jaarlijkse gezondheidscontrole, die een dier tegelijk met de vaccinatie krijgt, niet genoeg benadrukken. Meer daarover leest u hier: De jaarlijkse vaccinatie, meer dan alleen een prik.

Risico van vaccineren?
Vaccineren staat soms ter discussie omdat men vreest voor mogelijke bijwerkingen of zelfs schade op de lange termijn door vaccineren. Er gaan een hoop verhalen rond op internet, maar is merendeel zeer speculatief en niet gebaseerd op enige vorm van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Dat een dier een bepaalde ziekte krijgt na een vaccinatie, wil nog niet automatisch betekenen dat die ziekte is veroorzaakt door de vaccinatie.
Bijwerkingen, die we soms zien na vaccinatie, zijn meestal mild van aard en verdwijnen vrijwel altijd vanzelf, bijvoorbeeld misselijkheid/braken, een gevoelige en/of verdikte huid op de plaats van vaccinatie, diarree of tijdelijke verhoging van de lichaamstemperatuur. Neemt niet weg, dat individuele dieren erg overgevoelig kunnen reageren op een vaccinatie. Het komt wel eens voor dat een dier een allergische reactie krijgt op het vaccin. Dit komt echter maar zeer zelden voor.
Bij katten komen fibrosarcomen voor op de injectieplek. Maar niet alleen vaccinaties (mn. dode vaccins, zoals Rabiës) kunnen de trigger zijn voor deze vorm van tumoren, ook andere injecties. Gelukkig komt ook dit zeer zelden voor (0,01-0,1%). Alle mogelijke bijwerkingen en risico's in acht nemend, vinden wij deze niet opwegen ten opzichte van het risico dat een ongevaccineerd dier een infectieziekte oploopt, met mogelijk dodelijke afloop.
En vergeet niet dat wij onze dieren ook vaccineren omdat sommige van deze infectieziektes ook overdraagbaar zijn op de mens! Vaccineren is de enige effectieve manier om besmetting te voorkomen en het bestaan van een ziekte terug te dringen.



Wat is titeren?
Het huidige geadviseerde vaccinatieschema is gebaseerd op de meest recente kennis over de gemiddelde werkzaamheid van een bepaald vaccin. Hoe goed het immuunsysteem van een individueel dier echter op een vaccin reageert, kan nog erg verschillen.
Hoe het immuunsysteem reageert op een vaccin is (voor de meeste ziektes) te meten in het bloed door middel van 'titeren'. De titer is een maatstaf voor de hoeveelheid antistoffen in het bloed tegen een bepaalde ziekteverwekker. Door de titer te bepalen kan dus gekeken worden of een individueel dier echt voldoende afweer heeft opgebouwd na het geadviseerde entschema.
Maar een titerbepaling kan ook gebruikt worden om te kijken of bijvoorbeeld een hond nadat deze de 'grote cocktail' vaccinatie heeft gehad, voldoende afweerstoffen in het bloed heeft. Soms blijkt dat een hond veel langer dan drie jaar beschermd is. Er kan ook uit blijken dat een individueel dier juist onvoldoende reageert op een vaccin en dus nog een keer extra een boostervaccinatie moet krijgen om de antistoffen op peil te krijgen. Daarom is voor het reizen naar sommige landen bijvoorbeeld een titerbepaling na een Rabiësvaccinatie verplicht.

Voor welke ziektes kunnen we een titerbepaling doen?

Door middel van een titerbepaling de hoeveelheid antistoffen bepalen in het bloed wordt bij Rabiës al jaren gedaan en door sommige landen verplicht gesteld. De bepaling van een Rabiëstiter kan alleen door een extern laboratorium gedaan worden.
Maar er is nu ook een betrouwbare test ontwikkeld voor de titerbepaling van verscheidene ziektes die onderdeel zijn van het standaard vaccinatieschema van de hond en kat; de VacciCheck. Deze test kunnen wij op de praktijk uitvoeren.

Hond
Bij de hond kunnen wij de titer bepalen van Hondenziekte (CDV), Besmettelijke leverontsteking (CAV-1) en Parvo. Van deze ziektes is bewezen dat er sterke correlatie bestaat tussen de hoeveelheid antistoffen en de mate van bescherming. Voor Besmettelijke hondenhoest (=Kennelhoest: Para-influenza en Bordetella) en ziekte van Weil (Leptospirose) geldt dit helaas niet. De titer geeft niet goed de mate van bescherming weer en men weet dat de werking van het vaccin tegen Kennelhoest en het vaccin tegen ziekte van Weil echt maximaal een jaar is.
Het advies is dan ook om in ieder geval jaarlijks tegen de ziekte van Weil te vaccineren en bij honden die verhoogd risico lopen (hondenschool/ pension/ kennel etc) ook tegen Besmettelijke hondenhoest. Afhankelijk van de uitslag van de VacciCheck kan bij voldoende aanwezigheid van antistoffen de 'grote cocktail' een jaar, of soms zelfs 2 of 3 jaar, uitgesteld worden. Na die tijd kunt u dan opnieuw de titer bepalen en/of de 'grote cocktail' laten geven aan uw hond.

Kat
De titerbepaling voor de kat bepaalt de immuniteitsstatus voor het Calici Virus, Herpes Virus (beide veroorzakers van Niesziekte) en Feline Panleucopenie Virus (Kattenziekte).
LET OP! VACCICHECK KAT WORDT NIET MEER DOOR ONS UITGEVOERD!
Wegens de geringe belangstelling voor titeren bij de kat en de beperkte houdbaarheid van de kit met 12 tests, waren wij helaas genoodzaakt om het aanbieden van de Vaccicheck voor katten te staken.
Wij testen wel gewoon honden!


Let wel! De uitslag van de titertest geeft de hoogte van het aantal antistoffen op dat moment weer. Hoelang de aanwezige titer nog in het bloed aanwezig blijft, kan niet geheel voorspeld worden. Afhankelijk van de uitslag volgt er een advies of we u aanraden binnen één jaar of drie jaar opnieuw te testen. Maar theoretisch kan een positieve titer ook na enkele maanden al sterk gedaald zijn. Op basis van ervaring van onszelf en van dierenartsen in binnen- en buitenland zijn er echter richtlijnen opgesteld die voor een Vaccicheck uitslag een indicatie geeft, hoeveel jaar bescherming deze titer weergeeft.
Bij het opstellen van deze adviezen volgen wij voornamelijk de WSAVA richtlijnen, de richtlijnen die leverancier NML Health adviseert, aangevuld met de ervaringen van vele dierenartsen in Nederland die de afgelopen jaren ervaring hebben opgedaan met titeren.


Voor wie?
- Voor dieren die (heel) oud zijn en daardoor mogelijk gevoeliger kunnen reageren op een vaccinatie.
- Voor pups, het is mogelijk om pas te gaan vaccineren nadat alle maternale antistoffen (die de pup van de moeder meekrijgt) zijn verdwenen. Testen vanaf 6 weken. Als we vaccineren op het precieze moment dat de maternale antistoffen zijn verdwenen, hoeven we vaak een pup slechts eenmaal te vaccineren, in plaats van drie keer. Dit is echter wel per individu verschillend!
- Voor pups, om te controleren of na de basisvaccinatie(s) er daadwerkelijk een goede bescherming is opgebouwd (3-4 weken na de (3e) puppy-enting), sommige rassen/individuen bouwen te weinig antistoffen op.
En/of op 1-jarige leeftijd om te kijken of ze opnieuw volledig gevaccineerd moeten worden (zoals het huidig schema adviseert) of met alleen een Leptospirose-enting afkunnen.
- Voor dieren die eerder een (ernstige) overgevoeligheidsreactie hebben gehad na vaccinatie
- Voor dieren met een onduidelijke of onbekende vaccinatiestatus.
Vaccinaties die bijvoorbeeld in het buitenland zijn gegeven, zijn niet altijd van dezelfde kwaliteit als in Nederland en/of hebben een andere samenstelling. Daarnaast zien we dat er met geïmporteerde pups ook nog wel eens gesjoemeld wordt met de paspoortjes, dus ook met de vaccinaties.
- Voor dieren van eigenaren die het liefst zo min mogelijk willen vaccineren.
- Voor zieke dieren, bijvoorbeeld met een auto-immuunziekte of epilepsie, om niet het immuunsysteem onnodig te belasten en/of om te kijken of het immuunsysteem wel adequaat heeft gereageerd op een vaccinatie.



Hoe gaat het in zijn werk?
U maakt een afspraak voor de jaarlijkse gezondheidscontrole en de VacciCheck. Op de afspraak zullen we dan naast het uitgebreide lichamelijke onderzoek ook een klein beetje bloed afnemen. In principe bellen wij u dan diezelfde dag nog de uitslag van de test door. Aan de hand van de uitslag van de test, maakt u dan een nieuwe afspraak voor het geven van de vaccinatie. Voor de vervolgafspraak met vaccinatie na een eerder uitgevoerde VacciCheck, geldt een gereduceerd tarief.

Voor honden geldt dat wanneer de titers hoog genoeg zijn, er alleen de ziekte van Weil (en evt. Besmettelijke hondenhoest/Kennelhoest) gevaccineerd hoeft te worden, zijn de titers te laag, dan krijgt de hond een 'grote cocktail' of 'kleine cocktail' vaccinatie. Helaas zijn niet alle onderdelen in losse vaccins beschikbaar, dus zijn we soms toch genoodzaakt een vaccin toe te dienen waarvan één onderdeel wel nog voldoende hoog in titer bleek te zijn. Hoeft de vaccinatie nog niet herhaald te worden, dan herhalen we meestal een jaar later de VacciCheck. Maar afhankelijk van de uitslag kan ook blijken dat dit pas na drie jaar hoeft. Wel blijft een jaarlijkse gezondheidscontrole natuurlijk aangeraden.

Bij honden die in het verleden volgens het standaard schema zijn gevaccineerd, kan er in principe al direct 3 weken na vaccinatie getiterd worden. Al zijn er eigenaren die liever wachten totdat normaal gesproken de vaccinatie 'aan de beurt' zou zijn, ervan uitgaande dat die vaccinatie drie jaar bescherming geeft. Het komt niet heel veel voor, maar nu we meer ervaring met titeren hebben, zien we echter soms ook honden die na de vaccinaties nièt voldoende antistoffen hebben opgebouwd. Deze honden lopen dus mogelijk drie jaar onbeschermd rond. In alle gevallen geldt 'meten is weten'.
Bij pups wordt een controle op 1-jarige leeftijd aangeraden, omdat gebleken is dat bij pups de hoeveelheid antistoffen in het eerste levensjaar nog sterk kunnen afnemen, ondanks dat de titers na aanvankelijke vaccinatie(s) voldoende hoog bleken te zijn.

Let wel, jaarlijkse vaccinatie tegen ziekte van Weil blijft altijd nodig, is ons advies.

NML Health Vacci-check informatieflyer


Voor de interpretatie van de VacciCheck uitslagen gaan wij uit van de WSAVA richtlijnen, aangevuld met de richtlijnen die de fabrikant en de distributeur NML Health ons adviseert. Hiervoor staan wij in nauw contact met Hans van Brussel van NML Health.
Spoed?

Telefoon/Adres

Praktijk Rijswijk
Oranjelaan 72
2281 GH Rijswijk
070 - 3 900 800
Openingstijden

Praktijk Voorburg
Parkweg 247
2271 BC Voorburg
070 - 3 862 210
Openingstijden